Rivierlied

Rivierlied (stemmen)
Rivierlied (schets)

Score

Nieuwe koorpartijen Alt, Sopraan en Baspartij:

Alt Meezing
Sopraan Meezing
Bas Meezing
Alt en Sopraan samen

Oorspronkelijke koorpartijen:

Alle partijen kunnen samen gezongen worden, maar de oude partijen kunnen ook door de nieuwe vervangen worden.

Ensemble partijen:

Toonsoort Gmineur, Tempo ca 100

Fagot
Altsax
Viool
Trombone
Electrische Gitaar
Slagwerk

Klanken uit de Wijk:

In de muzikale wandeling lopen we langs plaatsen die allemaal een kant van het thema ʻthuisʼ laten zien. In de Liemers hebben mensen vaak hun spullen moeten pakken, hun huis moeten verlaten om het ergens anders, al dan niet in hetzelfde gebied, weer op te bouwen. Dat geldt zowel voor het verleden (het verdronken dorp), het heden (langs de Betuweroute) als in de toekomst (de nieuwe snelweg). Hoe belangrijk is het een eigen plek te hebben? Maakt het uit waar die eigen plek zich bevindt? En wat is het verschil tussen een huis en een thuis?
De muziekwandeling gaat langs de nieuwbouwwijk, op weg naar de Betuweroute. Die steken we over en we lopen over de weg naar de dijk. Bij een van de huizen staan we stil. We horen 24 uren voorbij komen. 24 uren van een gemiddelde dag in een gemiddeld leven in Liemers, maar dan wel door alle tijden heen. Een harpsolo slaat de 24 uren van de klok terwijl geluiden van handelingen door de tijden heen klinken: een afwasmachine, het wringen van de was, een vermaning naar de kinderen, een ouder die thuis komt van zijn werk, het melken van koeien, het zuchten van een vermoeide oma, een ingesproken antwoordapparaat, het spinnen van een poes. Iemand studeert het Rivierlied op een viool. Het hakken van hout, een bladblazer. Het ritme van het dagelijkse, wellicht wat simpele leven. Voor de een een rustpunt, voor de ander noodzaak, voor de derde een gruwel.
We lopen door naar de Leuvensedijk. Op de dijk fietsen en lopen mensen, ze zijn allemaal onderweg. Soms staan ze even stil, stappen van hun fiets en kijken uit over het landschap. Twee vrouwen. Een echtpaar. Een moeder en haar dochter. Een oude man alleen. Een snel fietsende koerier. Een groepje vrouwen zingt het Rivierlied. Een jongen met een hond fluit het lied. Zij vertegenwoordigen mensen uit alle tijden.
Dan komen we zelf ook bij de dijk. Als we boven komen zijn de mensen verdwenen. Wij zijn het nu zelf. Vanaf dit punt hebben we een prachtig uitzicht, dat begint tot ons te spreken. Het vertelt dat het er altijd is geweest. Het hoort bij ons, heeft ons nodig, want is het er wel als er niemand is om het te zien? Het lijkt of de wind tot ons spreekt, de woorden komen van links, van rechts, van boven, van ver, van dichterbij, overal vandaan. Het uitzicht is overal. Soms klinken flarden van het Rivierlied. In de verte horen we een trompettist die een lange trage melodie speelt. De kerkklokken luiden. Is er iemand overleden?
We kijken naar het bootje en horen het verhaal van een man die is gaan varen. Waar hij naartoe gaat en of hij nog terugkeert naar zijn huis en zijn gezin is onduidelijk. Misschien weet hij dat zelf ook nog niet. Hij denkt aan de boottochtjes die hij vroeger maakte en herinnert zich dat hij bang was met zijn boot tegen de daken van het verdronken dorp te botsen.
We lopen door een beschut bosje langs het verdronken dorp. Nog steeds horen we de trompettist die de lange trage melodie speelt en de kerkklokken, maar dan verder weg.
We vervolgen onze route over de dijk naar de toekomstige snelweg. Daar staan we stil. We zijn in de toekomst beland, in een auto die hier in 2035 over de snelweg rijdt. De automobilist luistert naar een podcast over de geschiedenis. We horen een dorp langzaam veranderen in een bruisende stad. Amsterdam is inmiddels al lang verdronken, net als Leuven. En Liemers City is de nieuwe hoofdstad van Nederland!
Het laatste deel van de route lopen we over het Kerkpad. Via de koptelefoon horen we vragen over ʻthuisʼ, niet bedoeld om beantwoord te worden, maar om over na te denken, op te kauwen, om naderhand met elkaar over van gedachten te wisselen. De kerkklokken lokken ons terug naar de kerk. Terwijl we het Rivierlied zingen staan in de velden langs de weg musici en zangers. Je ziet ze niet, maar hoort ze wel.